Een première is speciaal

Rob Goorhuis is al 40 jaar een van de toonaangevende componisten in de wereld van de blaasmuziek. In een eigen idioom schrijft hij werken voor uiteenlopende bezettingen. Zijn vernieuwende impulsen voor de Nederlandse blaasmuziek hebben in hoge mate bijgedragen aan de ontwikkeling van het repertoire. Goorhuis is in binnen- en buitenland een veelgevraagd jurylid bij concoursen van blaasorkesten en koren. Voor zijn verdiensten voor de Nederlandse blaasmuziek ontving hij vele prijzen en onderscheidingen. In 2006 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Speciaal voor KNMO Klankwijzer onderhoudt hij in de rubriek Muziekmarkt een blog waarin hij vertelt over zijn werk als componist.

Rode draad in de blog van Rob Goorhuis is het werk Van Horne dat hij vorig jaar schreef in opdracht van de Kerkelijke Harmonie St.-Joseph 1880 Weert.

Op zondag 18 november was het zover. Het uur van de waarheid was aangebroken. Een eerste uitvoering is altijd speciaal. Er doemen verschillende vragen op, altijd weer. Heb ik in dit nieuwe werk het orkest gevonden of niet? Het orkest heeft mij gekozen als maker van hun eigen, persoonlijke compositie. Zo voelt men dat vaak. Dan moet ik iets maken, waarin zij zich kunnen vinden, waaraan zij zich kunnen laven, waarmee zij kunnen pronken. Je merkt aan de reacties gauw genoeg of het gelukt is.
Welnu, ik zag dat het met de uitvoering goed zou komen. Het orkest zat er stralend bij. En dat niet alleen voor de Ouverture Egmont van mijn idool Van Beethoven. In de goed gevulde St.-Martinuskerk zat het publiek gespannen te wachten. Tenslotte weet je het maar nooit met die nieuwe muziek. Wat zal het brengen? Ik was zelf ontspannen. Ik voelde dat het mooi zou worden. Het stuk kende ik, het orkest kende ik, de dirigent kende ik.
Onder het priesterkoor van de kerk ligt het hart van Philips van Horne begraven. Had zijn hele lichaam daar gelegen, dan had ik het nog niet geweten. De kans dat hij als de Commendatore uit de Don Giovanni van Mozart uit zijn zerk tevoorschijn was gekomen, leek mij niet te verwaarlozen. Maar het was net alsof het inderdaad gebeurde. Het ‘Van Horne-thema’ in het slotgedeelte had zo’n suggestieve werking dat de verbeelding mij in zijn greep kreeg.
Wat ik dan zo wonderlijk vind, is, dat ik de componenten van het werk best zakelijk heb ontworpen, maar dat er blijkbaar iets ongrijpbaars is dat vanuit het onderbewustzijn het werk binnen sijpelt. Zou dat nou de inspiratie zijn? Toch nog eens aan Ravel vragen…
Na afloop was het feest. Iedereen was blij. Ik was heel blij. Zulke geluksmomenten heb je als componist nodig. Alleen door een goede samenwerking met de uitvoerders kun je die bereiken. De Kerkelijke Harmonie St.-Joseph onder leiding van Bart Deckers wist Van Horne vanuit mijn partituur beeldend tot leven te wekken. De Weerter muzikale tijdmachine!
Nu snel weer aan het werk. Er staat nog genoeg op stapel.

Rob Goorhuis

DIT ARTIKEL IS OVERGENOMEN UIT KLANKWIJZER, EEN UITGAVE VAN KNMO.